Een nieuw verhaal over AI

Wanneer het over de tijd dat ik studeerde gaat, dan sla ik meestal de drie jaar dat ik in Utrecht Cognitieve Kunstmatige Intelligentie studeerde over. Of, zoals ik het vaak vertel: de drie jaar dat ik bij die opleiding stond ingeschreven. Studeren deed ik alleen in het eerste jaar. Bij benadering dan. De andere twee jaar was ik zelfs volledig met andere dingen bezig.

Ik heb het lang beschouwd als een donker hoofdstuk in mijn leven, de periode tussen 1999 en 2002. Met mijn eerste studie (Technische Informatica in Eindhoven) was ik al gestopt en vervolgens had ik drie jaar van mijn leven weggegooid. Althans, zo beleefde ik het in die tijd en zo keek ik er op terug. Onbewust schaamde ik me daarvoor, dus als het over mijn verleden met AI ging, dan probeerde ik het meestal snel weg te lachen. “Haha, ik stond daar ingeschreven, maar ik was er nooit. Mensen herkennen mij alleen van het smoelenboek”, zei ik dan. Om maar zo snel mogelijk over een ander onderwerp te kunnen praten. Het grapje maak ik soms nog wel eens, maar het heeft inmiddels een andere lading gekregen.

Het bijzondere is dat dat verhaal de afgelopen tien jaar regelmatig naar boven kwam, omdat Hiro en AI eigenlijk altijd met elkaar verbonden zijn geweest. Het is eerder regel dan uitzondering dat Hiro’s een achtergrond hebben in AI. Lang was dat een toevallig netwerkeffect, want het is niet dat we mensen selecteerden op AI-skills. In ons dagelijks werk deden we verder ook niet veel met die gedeelde kennis en interesse. Ontwerpen en ontwikkelen, dat is wat we deden en waar we goed in zijn. AI? Ja, interessant. Misschien ooit een keer, als het toevallig op ons pad komt.

Waar ik jaren lang heb gedacht dat ik in die drie jaar stil stond, kan ik nu zachter naar mezelf kijken.

Ik merk dat ik de afgelopen tijd anders ben gaan kijken naar die periode tussen 1999 en 2002. Waar ik jaren lang heb gedacht dat ik in die drie jaar stil stond, kan ik nu zachter naar mezelf kijken. Na 19 jaar trouw toetsen maken (was ik goed in), had ik geen flauw idee van wat buiten de schoolbanken betekenisvol voor me was. Ik zag het niet als een optie om een tweede keer met een studie te stoppen. Dus stak ik mijn kop in het zand en hield ik naar de buitenwereld de schijn hoog. Maar ik heb tegelijkertijd waarschijnlijk de meest creatieve, nieuwsgierige en experimentele periode in mijn leven beleefd. Ik speelde gitaar (niet goed, maar wat maakt dat uit), maakte muziek (alleen en in een band), ik schreef veel (songteksten, maar ook verhalen en gedichten die ik nooit aan iemand heb laten lezen), ik pielde in Photoshop, ik leerde mezelf websites maken, ik las en las en las. Internet was een soort vrijplaats van inspiratie en mogelijkheden, die ik niet eerder had meegemaakt. Nachten lang ging ik door, ik was eigenlijk alleen maar bezig met creatie en expressie. Ik zocht naar wat ik wilde, wat ik leuk vond, naar wie ik was. Ik leerde veel. Maar dat zag ik allemaal niet.

Het heeft lang geduurd voordat ik de knoop door durfde te hakken om voor een tweede keer te stoppen met mijn studie. Ik ben vervolgens in 2003 gestart met Communicatie & Multimedia Design in Heerlen (en later Maastricht). Na een stage bij de NPO in 2005 sprak ik voor het eerst uit: ik ben een ontwerper. Dat is het verhaal dat ik zo vaak heb verteld. Het verhaal dat zo veel mensen van mij kennen.

Naast onze drive om bij te dragen aan een gelijkwaardigere wereld, zoeken we ook gezamenlijk naar hoe we binnen Hiro, elk als individu, volledig onszelf mogen zijn. Ook als dat soms wat schuurt, ongemakkelijk of spannend wordt.

Nu ik terugkijk op die tijd zie ik de parallellen met wat er momenteel bij Hiro gebeurt. We zitten in de meest experimentele periode in het bestaan van Hiro. Er verandert veel, niet alleen binnen het team maar ook in de manier waarop we met elkaar samenwerken. We leren veel en de uitkomst is niet altijd duidelijk. Naast onze drive om bij te dragen aan een gelijkwaardigere wereld, zoeken we ook gezamenlijk naar hoe we binnen Hiro, elk als individu, volledig onszelf mogen zijn. Ook als dat soms wat schuurt, ongemakkelijk of spannend wordt.

Ik geloof niet in het lot, maar ik blijf me soms verbazen over hoe paden die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken lijken te hebben en willekeurige kanten op bewegen, uiteindelijk zo mooi weer bij elkaar kunnen komen. Alsof het volstrekt logisch is dat dat gebeurt. Alsof het altijd zo had moeten zijn.

In de twintig jaar die inmiddels zijn verstreken sinds ik besloot AI achter me te laten, is de wereld alleen nog maar oneerlijker geworden. En erger nog: in veel gevallen versterkt AI die negatieve beweging. Denk alleen al aan het toeslagenschandaal.

Ik kijk met veel enthousiasme naar de nieuwe lichting jonge AI’ers die het afgelopen jaar ons team zijn komen versterken. Dit keer niet omdat ze toevallig in ons netwerk zaten, maar omdat ze enthousiast werden van ons verhaal en gericht via het vakgebied van kunstmatige intelligentie bij willen dragen aan meer gelijkwaardigheid en eerlijkere kansen. En dat is nodig. In de twintig jaar die inmiddels zijn verstreken sinds ik besloot AI achter me te laten, is de wereld alleen nog maar oneerlijker geworden. En erger nog: in veel gevallen versterkt AI die negatieve beweging. Denk alleen al aan het toeslagenschandaal.

Dus dit is wat we gaan doen: achter de schermen zijn Samaa en Rosa de afgelopen periode bezig geweest met wat we zelf Inclusieve AI zijn gaan noemen. De komende tijd zullen we met regelmaat schrijven over wat we daar precies onder verstaan, waarom we het belangrijk vinden, wat we er mee proberen te bereiken en vooral ook hoe. Rosa zal binnenkort aftrappen met wat Inclusieve AI voor haar persoonlijk betekent.

En zo kwam AI toch weer op ons pad. Toeval? Wat maakt het eigenlijk uit als je voelt dat het klopt.

Beeld: Jakob Owens op Unsplash · Dit artikel verscheen eerder op het blog van Hiro